Zorgnieuws | Actualiteiten in de zorg
x

Lidy Hartemink, voorzitter raad van bestuur van Zorggroep Almere, gaat met pensioen


Lidy Hartemink, voorzitter van de raad van bestuur van Zorggroep Almere gaat met pensioen. Lidy werkt inmiddels 47 jaar in de gezondheidszorg, waarvan 37 jaar als eindverantwoordelijke van een organisatie. De laatste zeven jaar heeft Lidy als voorzitter van de raad van bestuur aan het roer gestaan bij Zorggroep Almere en was zij actief in het netwerk van de gezondheidszorg van Almere. Verbinding maken met de Almeerders en de netwerkpartners in de stad is voor Lidy en Zorggroep Almere altijd heel belangrijk geweest. Vele duurzame en waardevolle verbindingen zijn de afgelopen jaren tot stand gekomen.  

Eind vorig jaar heeft Lidy intern al te kennen gegeven dat zij eind 2022 stopt en meer tijd neemt voor haar privéleven. In de afgelopen periode heeft de werving plaatsgevonden voor een nieuwe raad van bestuur. Bij deze procedure zijn naast de raad van toezicht ook de OR, cliëntenraad en de directieraad nauw betrokken geweest. Binnenkort wordt bekend gemaakt hoe de opvolging van Lidy Hartemink eruit gaat zien.

Wij gaan Lidy missen bij Zorggroep Almere. Zij was altijd zeer betrokken bij de zorgmedewerkers en hun cliënten of bewoners en bezocht regelmatig alle locaties om mee te kijken en een luisterend oor te bieden. Haar liefde voor de gezondheidszorg, de medewerkers, onze patiënten, cliënten en bewoners zullen wij nooit vergeten. Wij wensen haar veel geluk toe.

Bron: Zorggroep Almere
Het bericht Lidy Hartemink, voorzitter raad van bestuur van Zorggroep Almere, gaat met pensioen verscheen eerst op MedicalFacts.nl.
Lees het originele artikel

x

Nieuw medicijn blokkeert overdracht van malariaparasieten 


Radboudumc toont succesvolle werking van antilichaam in klinische studie

Een nieuw medicijn dat de overdracht van malariaparasieten door muggen blokkeert is voor het eerst in mensen getest door onderzoekers van het Radboudumc. Toediening bij gezonde vrijwilligers blijkt veilig en het medicijn in hun bloed zorgt dat malariaparasieten zich niet meer kunnen voortplanten in hun tussengastheer de mug. Een enkele injectie van het middel zou overdracht van parasieten en daarmee nieuwe malariagevallen gedurende een heel malariaseizoen kunnen voorkomen.

Malaria is met meer dan 200 miljoen gevallen en meer dan 600 duizend doden per jaar één van de belangrijkste infectieziekten van deze tijd. Met name jonge kinderen in Afrika, met een slechte toegang tot gezondheidszorg, lopen risico op malaria. De parasieten die deze ziekte veroorzaken verspreiden zich alleen via muggen van de ene persoon naar de andere. Het blokkeren van deze zeer efficiënte verspreiding van malaria is van groot belang om de wereldwijde last te verminderen.

Malaria vaccin

Het nieuwe medicijn, een antilichaam genaamd TB31F, is ontdekt en ontwikkeld door een team van wetenschappers in Nijmegen. Zij voerden samen met PATH’s Malaria Vaccine Initiative een eerste onderzoek uit in mensen. 25 gezonde vrijwilligers kregen TB31F toegediend en dat bleek veilig en veroorzaakte geen belangrijke bijwerkingen. Vervolgens bepaalden onderzoekers van de Malaria Unit van het Radboudumc het effect van TB31F, in het bloed van de vrijwilligers, op de overdracht van parasieten naar muggen.

Werking buiten het lichaam

In de Malaria Unit voeren onderzoekers gekweekte malariaparasieten aan gekweekte muggen. Zo bootsen ze de overdracht van geïnfecteerde personen naar muggen na. Toevoeging van het bloed van de vrijwilligers met TB31F bleek de besmetting van de muggen volledig te voorkomen. De onderzoekers schatten in dat één injectie met TB31F de overdracht tussen mensen via muggen gedurende een heel malariaseizoen in veel delen van de wereld kan voorkomen. In combinatie met andere maatregelen kan TB31F daarom een waardevol hulpmiddel vormen voor de bestrijding van malaria.

‘Het bijzondere is dat dit antilichaam eigenlijk buiten het menselijk lichaam werkt’, licht arts-microbioloog Matthew McCall van het Radboudumc toe. ‘Na injectie in een mens blijft het antilichaam nog enkele maanden in het bloed, maar daar doet het eigenlijk niks, ook niet als iemand malaria heeft. Pas als een mug steekt en bloed opzuigt met daarin zowel malariaparasieten als het antilichaam, zorgt het antilichaam dat de parasiet zich niet kan vermenigvuldigen in de mug. Zo kan de parasiet zich niet verder verspreiden en geen nieuwe ziektegevallen veroorzaken.’

Bron: Radboudumc
Het bericht Nieuw medicijn blokkeert overdracht van malariaparasieten  verscheen eerst op MedicalFacts.nl.
Lees het originele artikel

x

Boete voor Almeerse thuiszorgorganisatie en bestuurder vanwege onzorgvuldige administratie


De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) heeft Zusters aan Huis uit Almere een boete opgelegd van 81.000 euro vanwege een ondeugdelijke administratie. Daarnaast krijgt de bestuurder van deze zorgaanbieder in de wijkverpleging een persoonlijke boete van 24.300 euro omdat zij geen passende maatregelen heeft getroffen om de situatie te verbeteren.

Zusters aan Huis is een zorgaanbieder in de wijkverpleging en krijgt de boete omdat er niet goed is vastgelegd wanneer zij welke zorg verleende. Hierdoor is niet te achterhalen welke zorg daadwerkelijk aan cliënten geleverd is.

Het is de tweede keer dat de NZa naast de boete voor een zorgorganisatie, een aparte boete oplegt aan de bestuurder. Dit kan wanneer de bestuurder persoonlijk iets te verwijten valt. De NZa heeft in dit geval Zusters aan Huis in december 2020 eerder gewezen op hun ondeugdelijke administratie. De bestuurder heeft sindsdien te weinig stappen ondernomen om dit te verbeteren.

Goed bestuur en professionele bedrijfsvoering

De NZa staat voor goede, betaalbare en toegankelijke zorg. Hiervoor is het van cruciaal belang dat zorgaanbieders een volledige en juiste administratie voeren en dat de bedrijfsvoering van zorgorganisaties professioneel is georganiseerd. Het bestuur van een zorgorganisatie is hier verantwoordelijk voor. Een onvolledige administratie of verkeerde declaraties werkt misbruik van zorggelden in de hand. De NZa draagt eraan bij om dit zo snel mogelijk te stoppen en we leggen sancties op als dat nodig is. Zo voorkomen we dat zorggeld verspild wordt en helpen we het vertrouwen in de zorg te verstevigen. 

Totstandkoming boete

Deze boete is tot stand gekomen door een nieuwe onderzoeksmethode waarbij gericht informatie wordt opgevraagd bij een zorgaanbieder als we signalen hebben dat er zaken mogelijk niet kloppen. Ook onze eigen data-analyses bieden regelmatig reden om verder te kijken. Bij afwijkingen kan de NZa een vervolgonderzoek instellen. We vragen daarbij de zorgaanbieder gericht om specifieke aanvullende informatie.

Niet-gecontracteerde wijkverpleging

Zusters aan Huis is een zorgaanbieder zonder contract met zorgverzekeraars. De NZa benadrukt het belang voor mensen om juist gebruik te maken van gecontracteerde zorg. In de contracten maken zorgverzekeraars en zorgaanbieders afspraken over doelmatigheid, kwaliteit, innovatie, organiserend vermogen en passende zorg. Partijen uit het Hoofdlijnenakkoord Wijkverpleging zetten zich al jaren in voor meer contracten in de wijkverpleging. Het aandeel niet gecontracteerde zorg in de wijkverpleging is de afgelopen jaren gedaald van 9% naar 5%. De NZa vindt dit een positieve ontwikkeling.

Bron: NZa
Het bericht Boete voor Almeerse thuiszorgorganisatie en bestuurder vanwege onzorgvuldige administratie verscheen eerst op MedicalFacts.nl.
Lees het originele artikel

x

Zwangerschap stress staat een natuurlijke bevalling in de weg


BJOG: International Journal of Obstetrics & Gynaecology, 5 augustus 2022. Het meest toonaangevende verloskunde/gynaecologie tijdschrift van Europa

De universiteit van Tilburg heeft als eerste een follow-up onderzoek afgerond waarin de gevolgen van stress tijdens de zwangerschap op de bevalling zijn onderzocht. Voor het onderzoek werden ruim 2000 vrouwen tijdens de zwangerschap gemonitord. De resultaten van dit onderzoek zijn nu bekend gemaakt.

Een natuurlijke bevalling

Volgens de WHO is er sprake van een natuurlijke (normale) bevalling als deze plaatsvindt tussen 37 en 42 weken, zonder interventies (inleiding, gebruik van een vacuümpomp of verlostang, keizersnede) en waarbij moeder en kind na de bevalling in goede gezondheid verkeren. Een natuurlijke bevalling heeft veel voordelen voor moeder en kind: op lichamelijk vlak maar ook op mentaal vlak. Medische interventies tijdens de bevalling zijn niet zonder risico’s voor beiden en een keizersnede verhoogt de kans op complicaties bij een eventuele volgende bevalling. Een natuurlijke bevalling, waar de moeder met voldoening op terugkijkt verhoogt de kans op algemeen mentaal welbevinden in het kraambed en in de periode daarna.

Zwangerschap stress

Zwangerschap stress (angst en depressieklachten) komt bij ruim één op de vijf vrouwen voor. Naast algemene klachten van angst en depressie, die ook buiten een zwangerschap voorkomen, zijn er zwangerschap specifieke stressklachten. In de eerste helft van de zwangerschap gaat het dan vooral over angst (piekeren, zich zorgen maken) of de ongeboren vrucht zich normaal ontwikkelt, of onzekerheid over (on)gezonde leefstijl. Bij een normale 20-weken echo uitslag nemen deze zorgen meestal af om soms plaats te maken voor zorgen rondom de bevalling (“Hoe houd ik de controle over mijzelf tijdens de bevalling?’’).

De HAPPY studie: eerste follow-up onderzoek naar de relatie tussen stress en natuurlijke bevalling

Onderzoek naar een mogelijke samenhang tussen zwangerschap stress en een natuurlijke bevalling was tot op heden schaars of aan veel kritiek onderhevig. De HAPPY studie ( H olistic A pproach to P regnancy and the first P ostpartum Y ear) volgde ruim 2000 vrouwen van 12 weken zwangerschap tot 12 maanden na de bevalling. Tijdens ieder trimester legden onderzoekers van de Universiteit van Tilburg stress symptomen (angst en depressie) vast bij vrouwen die na een normale zwangerschapstermijn bevielen. Maar liefst één op de tien vrouwen rapporteerde gedurende de hele zwangerschap hoge stress symptoom scores. Deze groep had ruim 30% minder kans op een natuurlijke bevalling.

Relevantie voor de dagelijkse praktijk

Verloskundigen en gynaecologen kunnen deze kwetsbare groep zwangere vrouwen opsporen met eenvoudige vragenlijsten. Vervolgens kunnen ze wetenschappelijk bewezen effectieve interventies inzetten (ook via internet of een app op de smartphone) om stress symptomen te verminderen, en zo de kans op een natuurlijke bevalling te vergroten.

https://doi.org/10.1111/1471-0528.17273
Het bericht Zwangerschap stress staat een natuurlijke bevalling in de weg verscheen eerst op MedicalFacts.nl.
Lees het originele artikel

x

Onderzoek naar het voorkomen van vallen bij 65-plussers in Amsterdam


Helpt u mee aan ons onderzoek om vallen te voorkomen?

Het voorkomen van vallen is belangrijk! Meer dan een derde van de volwassenen van 65 jaar of ouder valt minstens één keer per jaar. De kans is groot dat iemand daarbij gewond raakt. Een training kan de kans op vallen en verwondingen kleiner maken.

We zijn op zoek naar deelnemers van 65 jaar of ouder die mee willen doen aan ons onderzoek. In het onderzoek wordt de training In Balans onderzocht. Er wordt gekeken of deze training goed werkt. 

Doet u mee aan het onderzoek? Dan krijgt u testen om te kijken hoe fit u bent. De helft van de deelnemers krijgt ook de training In Balans met beweegoefeningen. De andere helft krijgt advies over bewegen. Het onderzoek vindt plaats op 2 locaties in Amsterdam: bij Buurtcentrum De Coenen en bij de Vrije Universiteit van Amsterdam.

Meedoen aan het onderzoek is belangrijk om de kans op vallen en verwondingen kleiner te maken. Voor uzelf en voor andere ouderen.

Deelnemen is gratis.

Bent u geïnteresseerd om mee te doen? Dan kunt u vrijblijvend contact opnemen met Maaike van Gameren, m.van.gameren@vu.nl of 020-5985627. Kijk voor meer informatie op https://vu.nl/nl/over-de-vu/meer-over/in-balans
Het bericht Onderzoek naar het voorkomen van vallen bij 65-plussers in Amsterdam verscheen eerst op MedicalFacts.nl.
Lees het originele artikel

x

Patiëntenportaal MijnMMC compleet vernieuwd


Digitale ontwikkeling zorgt voor meer zelfregie bij de patiënt

Máxima MC (MMC) zet de komende jaren vol in op digitalisering van zorg. Met als doel meer zelfregie voor de patiënt en verschuiving van zorg uit het ziekenhuis naar de thuissituatie. Een belangrijk onderdeel in de digitaliseringsslag is het compleet vernieuwde patiëntenportaal MijnMMC. Deze ontwikkeling brengt de zorg dichterbij de patiënt doordat medische gegevens nu ook via een app ingezien kunnen worden. Qua look en feel is het patiëntenportaal sterk verbeterd, en daarmee ook het gebruiksgemak. Zo zijn patiënten altijd goed voorbereid en kunnen zij zelf veilig en gemakkelijk hun ziekenhuiszaken regelen, waar en wanneer het hen uitkomt.

In het vernieuwde patiëntenportaal staat alle informatie op een overzichtelijke tijdlijn

Het patiëntenportaal MijnMMC bestaat al enkele jaren. Het portaal is nu verder doorontwikkeld en daardoor is het gebruiksgemak sterk verbeterd. Op een overzichtelijke tijdlijn staat alle informatie over het zorgtraject van de patiënt. Hierdoor krijgen patiënten een duidelijk overzicht van al hun afspraken, met de daarbij behorende informatie over tijd, locatie, goede voorbereiding en veelgestelde vragen. Zo zijn patiënten altijd goed voorbereid en kunnen zij veilig en gemakkelijk hun ziekenhuiszaken regelen, waar en wanneer het hen uitkomt.

MijnMMC App

Een andere belangrijke ontwikkeling, waardoor het gebruiksgemak voor de patiënt sterk verbeterd is, is de beschikbaarheid van MijnMMC in een app. De patiënt kan vanaf nu ook alle informatie over het zorgtraject bekijken in de app op telefoon of tablet.

Inspraak van patiënten

Bij de ontwikkeling van het vernieuwde MijnMMC zijn patiënten, de cliëntenraad van MMC en medisch specialisten betrokken. De feedback die patiënten en de cliëntenraad gaven gedurende de testfase heeft gezorgd voor een vernieuwd portaal dat goed aansluit op de wensen van de patiënt. De meest gehoorde reactie van patiënten is dan ook dat zij blij zijn met deze ontwikkeling en vooral dat MijnMMC nu ook per app beschikbaar is. Jos Bolder is patiënt in MMC en lid van het klantenpanel. Hij denkt graag mee over ontwikkelingen binnen het ziekenhuis. “Ik vind het vernieuwde patiëntenportaal er erg goed en duidelijk uitzien. Het werkt snel en is eenvoudig te gebruiken, zonder dat ik lang hoef te zoeken. Vooral dat het nu ook via een app beschikbaar is, vind ik erg handig.” Het patiëntenportaal biedt de patiënt de kans op een betere regie op zijn behandeling en op een gelijkwaardiger dialoog met zijn behandelend specialist.

Toekomst

Met het vernieuwde MijnMMC is de basis gelegd om het patiëntenportaal de komende jaren verder te kunnen blijven ontwikkelen. Dit blijven we doen samen met onze patiënten.

Br
Het bericht Patiëntenportaal MijnMMC compleet vernieuwd verscheen eerst op MedicalFacts.nl.
Lees het originele artikel

x

Wees extra alert op (zwem)veiligheid bij hittegolf


Tips en adviezen voor badgasten

Het Nationaal Hitteplan is geactiveerd. Nederland maakt deze week opnieuw een hittegolf mee. Nog meer mensen zullen verkoeling in open water zoeken. Dat leidt tot topdrukte op de stranden aan zee, in recreatiegebieden en bij buitenzwembaden. Reddingsbrigade Nederland pleit voor extra alertheid op (zwem)veiligheid; er liggen levensbedreigende risico’s op de loer.

Reddingsbrigade Nederland pleit voorextra alertheid op veiligheid bij hittegolf

Waar zijn de officiële zwemwaterlocaties? Waar wordt toezicht gehouden? Waar aan de kust bevinden zich muien? Waar is de binnenwaterkwaliteit afdoende? Uit welke richting komt de wind? Reddingsbrigade Nederland stelt: sta vooraf stil bij dit soort vragen en zorg dat je de antwoorden helder hebt. De (zwem)veiligheid komt onder druk te staan als je het water ingaat waar dat niet mag (zoals in rivieren en kanalen), als er geen passende veiligheidsmaatregelen zijn genomen, als je in een mui terechtkomt, als de waterkwaliteit (bijvoorbeeld door blauwalg) sterk verminderd is en als de wind je van het strand weg blaast.Veiligheid en verantwoordelijkheidMeer veiligheid in, op en langs het water. Dat is het doel waarvoor de lifesavers en lifeguards van reddingsbrigades zich dagelijks vrijwillig inzetten. Ze doen het uiterste om te zorgen dat er niemand verdrinkt en iedereen veilig kan genieten van het vele water dat Nederland telt. Maar de verantwoordelijkheid voor (zwem)veiligheid ligt primair bij de badgast zelf. Reddingsbrigade Nederland dringt aan op een goede voorbereiding; volg het nieuws, lees de informatieborden bij zwemwaterlocaties (check Zwemwater.nl) en stel je op de hoogte van de betekenis van de waarschuwingsvlaggen. Bij een hittegolf in het bijzonder: drink en eet voldoende, smeer je regelmatig in met zonnebrandcrème en zoek af toe de schaduw op.Tips en adviezenReddingsbrigade Nederland geeft vele tips en adviezen voor zowel de zee- als binnenwateromgeving, onder meer via de landelijke campagnes Aan de slag voor meer veiligheid en Wie checkt jou? – Veilig in en uit het water. Uiterst belangrijk: ga nooit alleen zwemmen, ga niet verder dan tot je knieën het water in als je niet kunt zwemmen en blijf altijd bij kleine kinderen. Voor zeer warm weer dan wel een hittegolf geeft de Medische Adviesraad van Reddingsbrigade Nederland aanvullende adviezen. Er bestaat een risico op oververhitting en warmteletsels. Lifeguards zijn niet alleen opgeleid om zwemmend en varend te redden, maar tevens om problemen te herkennen en mensen door middel van eerste hulp bij te staan. De gouden regel: bel altijd 112 in het geval een vermoeden van gevaar bestaat!
Het bericht Wees extra alert op (zwem)veiligheid bij hittegolf verscheen eerst op MedicalFacts.nl.
Lees het originele artikel

x

Lage recidiefkans bij minder uitgebreide bestraling na neoadjuvante chemotherapie


Patiënten met cT1-2N1 borstkanker die behandeld zijn met neoadjuvante chemotherapie, hebben na minder uitgebreide bestraling een lage recidiefkans. Bij patiënten die bestraald werden volgens een consensus-based richtlijn kwam de ziekte niet vaker of eerder terug dan verwacht. In de eerste vijf jaar na de behandeling kreeg 2,2 procent van de patiënten te maken met terugkerende borstkanker. Dat blijkt uit de RAPCHEM-studie een initiatief van Maastro, Maastricht Universitair Medisch Centrum, onderzoeksgroep BOOG, IKNL en anderen. De resultaten zijn vandaag gepubliceerd in Lancet Oncology.

De laatste jaren worden steeds meer vrouwen met borstkanker behandeld met neoadjuvante (pre-operatieve) chemotherapie. Vaak slinkt daardoor de tumor. De chemotherapie wordt dan gevolgd door een operatie, en na de operatie volgt vaak radiotherapie. Door de gewijzigde behandeling met neoadjuvante chemotherapie in plaats van adjuvante chemotherapie waren de indicaties voor radiotherapie niet meer helemaal duidelijk, omdat voorheen de indicatie altijd gesteld werd op basis van de pathologische gegevens zonder dat patiënt eerst chemotherapie had gekregen. In de eerste jaren na de start van neoadjuvante chemotherapie werden de indicaties voor radiotherapie vaak nog puur gesteld op basis van de gegevens voor start van de behandeling. Dit leidde tot vaker radiotherapie, en tot uitgebreidere radiotherapie, dan in de situatie waarin er primair geopereerd werd.

Het RAPCHEM-onderzoeksteam, ondersteund door BOOG, veronderstelde op basis van gepubliceerde retrospectieve studies, dat de radiotherapie veilig gede-escaleerd zou kunnen worden, indien de response in de lymfeklieren op de neoadjuvante chemotherapie meegewogen zou worden bij de indicatiestelling. Daarom hebben zij een studie opgezet die als doel had de oncologische veiligheid te evalueren van de-escalatie van radiotherapie volgens een vooraf gedefinieerde, consensus-based studierichtlijn. Met financiering van KWF is onderzoek uitgevoerd naar de effectiviteit van deze de-escalatie van behandeling.

Risico op locoregionaal recidief

In deze studie (RAPCHEM, BOOG 2010-03) werden gegevens geanalyseerd van 838 patiënten met borstkanker (gediagnosticeerd in de periode 2011-2015) uit 17 Nederlandse radiotherapiecentra. De consensus-based richtlijn beschreef de aanbevelingen voor locoregionale radiotherapie voor drie risicogroepen. Patiënten in de laag-risico groep kregen geen radiotherapie op de thoraxwand noch op de regionale lymfeklieren. Patiënten in de matig-risico groep ontvingen alleen radiotherapie van de borst of thoraxwand. De hoog-risico groep kreeg de gebruikelijke locoregionale radiotherapie, dit wil zeggen radiotherapie van de borst of thoraxwand, alsmede de regionale lymfeklieren.

Voorkomen late gevolgen

Arts-onderzoeker Sabine de Wild: ‘Vanwege de late gevolgen die een deel van de patiënten ervaart na radiotherapie, zoals pijn, oedeem of verminderde schouderfunctie, is de-escalatie van de radiotherapie gewenst waar mogelijk. Om de bestraling aan te passen werdenpatiënten op basis van risico op locoregionaal recidief ingedeeld in een van de drie risicogroepen.’ 

De-escalatie van de behandeling

In deze studie bleek de 5-jaars locoregionaal recidiefkans in de gehele groep en in iedere risicogroep kleiner dan 4%, zoals verwacht. Het lijkt daarmee veilig om locoregionale radiotherapie te de-escaleren op basis van het risico op locoregionaal recidief bij patiënten met cT1-2N1 borstkanker behandeld met neoadjuvante chemotherapie.

Onderzoeksleider Liesbeth Boersma, radiotherapeut-oncoloog Maastro: ‘Bij patiënten met een laag of matig risico op een locoregionaal recidief kan in de toekomst radiotherapie mogelijk vaker worden verminderd en dat zou natuurlijk moeten leiden tot een betere kwaliteit van leven. Toekomstige studies en lopende studies zullen duidelijk gaan maken hoe en of de radiotherapie verder kan worden aangepast aan de individuele risico’s.’

Referentie: Sabine R de Wild, Linda de Munck, Janine M Simons, Janneke Verloop, Thijs van Dalen, Paula H M, Elkhuizen, Ruud MA Houben, A Elise van Leeuwen, Sabine C Linn, Ruud M Pijnappel, Philip M P, Poortmans, Luc J A Strobbe, Jelle Wesseling, Adri C Voogd, Liesbeth J Boersma. De-escalation of Radiotherapy After Primary CHEMotherapy in cT1-2N1 breast cancer (RAPCHEM; BOOG 2010-03): 5-year follow-up results of a Dutch, prospective, registry study. The Lancet Oncology. 2022

Het artikel is beschikbaar bij The Lancet Oncology vanaf 8 augustus 23:30 uur:  https://www.thelancet.com/journals/lanonc/article/PIIS1470-2045(22)00482-X/fulltext

Bron:
Het bericht Lage recidiefkans bij minder uitgebreide bestraling na neoadjuvante chemotherapie verscheen eerst op MedicalFacts.nl.
Lees het originele artikel

x

Patiënt huisarts vergeet eigen sociale netwerk


“30% GGZ patiënten heeft psychisch probleem, 70% een sociaal probleem”

Van alle patiënten die de Praktijkondersteuner GGZ (POH-GGZ) in de huisartspraktijk ziet, heeft slechts 30% een psychisch probleem. De overige 70% van de patiënten hoort thuis in het sociale domein. Een alarmerend signaal van de praktijkondersteuners GGZ in de regio Amsterdam. Het gevolg is een almaar groeiende wachtlijst bij de POH-GGZ en de GGZ waardoor er verminderde aandacht is voor patiënten die de zorg echt nodig hebben. De POH-GGZ signaleert een breder maatschappelijk probleem; patiënten zijn het sociaal vangnet vergeten in een geïndividualiseerde maatschappij. De patiënt lijkt voorbij te gaan aan het eigen sociale netwerk. Praktijkondersteuners GGZ roepen om interventie van de overheid.

Praktijkondersteuner GGZ Saskia Sielias

Praktijkondersteuner GGZ Saskia Sielias: “De huisartsenpraktijk lijkt ten onder te gaan aan haar eigen succes. ‘Nee’ zeggen tegen een hulpvraag is voor mensen in de zorg erg lastig. Maar door alle hulpvragen te willen oplossen, wordt het systeem in stand gehouden en gaat het mis. Een systeem waarin de huisartspraktijk de vraagbaak is geworden voor alle mogelijke vragen, waarvan het overgrote deel daar niet thuishoort. Door die ‘onechte’ zorgvraag loopt het systeem krakend vast. De overheid heeft hier een rol in te pakken. Ook zouden patiënten veel meer een beroep moeten doen op hun meest basale vangnet: hun eigen sociale netwerk. Het lijkt alsof we zijn vergeten dat een moeder of vader, buur, collega of vriendin ook goede raad heeft, zo niet ervaring. Voor het merendeel van de vragen heb je een POH of POH-GGZ niet nodig.“

Sneeuwbaleffect

De situatie binnen de GGZ is verontrustend. De POH-GGZ is in het leven geroepen als poortwachter voor de GGZ. Wachttijden lopen op tot wel drie maanden. Bij een doorverwijzing van de POH-GGZ naar de GGZ is direct hulp noodzakelijk, maar dan bedraagt de wachttijd aldaar nog eens een half jaar. In die maanden blijft de patiënt de verantwoordelijkheid van de huisarts en de POH-GGZ. Terwijl de spreekkamer van de POH-GGZ volstroomt met nieuwe patiënten – waarvan het merendeel met een sociaal probleem – moet er ook ruimte blijven voor de GGZ-patiënt.

Doorverwijzing

Zonder deze te hebben geïnformeerd, verwijzen overheden op websites en bij campagnes, zoals bijvoorbeeld het RIVM, door naar de huisarts. Het gevolg is een telefooninfarct bij maatschappelijk ontwrichtende gebeurtenissen in de gezondheidszorg. Daarbij is de uitbraak van Corona in 2020 overigens ook medeoorzaak van het toenemend aantal psychisch gerelateerde zorgvragen. Sielias: “We hebben er slapeloze nachten van. Het spreekuur zit altijd al overvol terwijl je je aandacht bij de psychische patiënten wilt houden om te zorgen dat zij niet door de mazen van het net glippen, met ernstige gevolgen voor hen en de maatschappij. Zij blijven onze verantwoordelijkheid totdat zij door de GGZ onder hun hoede zijn genomen.”

Over de NVvPO

De Nederlandse Vereniging van Praktijkondersteuners en Praktijkverpleegkundigen (www.nvvpo.nl) is de beroepsvereniging van  praktijkondersteuners en praktijkverpleegkundigen en vertegenwoordigt de POH, de POHPVK, toekomstige PVH, POH-Ouderen, POH-GGZ en POH-Jeugd. Het beleid van de NVvPO is erop gericht alle praktijkondersteuners en praktijkverpleegkundigen, ongeacht hun achtergrond, te verenigen, te versterken en te vertegenwoordigen. De NVvPO telt ruim 3600 leden en behartigt de belangen van alle praktijkondersteuners en praktijkverpleegkundigen aan de Cao-tafel Huisartsenzorg.

Bron: NVvPO
Het bericht Patiënt huisarts vergeet eigen sociale netwerk verscheen eerst op MedicalFacts.nl.
Lees het originele artikel

x

Tekort bedrijfsartsen veroorzaakt miljardenstrop voor werkgevers


Het torenhoge verzuim van 6,5 procent kostte werkgevers in het eerste kwartaal van dit jaar ruim 3 miljard euro. Dat wordt mede veroorzaakt door het oplopende tekort aan bedrijfsartsen, zo constateert arbodienstvergelijker HR Navigator op basis van onafhankelijk onderzoek onder 1.000 werkgevers en 50 arbodienstverleners.

Doordat wachttijden oplopen, start de verzuimbegeleiding later dan ooit. Zeker met de huidige tekorten op de arbeidsmarkt en de vakantietijd moeten werkgevers noodgedwongen terugschakelen. Bedrijven ervaren dubbele pijn, door een combinatie van verplichte loondoorbetaling en omzetderving.

Het tekort aan bedrijfsartsen is geen verrassing. Het Capaciteitsorgaan (gesubsidieerd door het Ministerie van VWS) becijferde in 2019 al in haar rapport ‘Capaciteitsplan 2021-2024’ dat er jaarlijks 250 tot 260 nieuwe bedrijfsartsen zouden moeten instromen om over twaalf tot achttien jaar een evenwicht op de arbeidsmarkt te realiseren. Die noodzakelijke instroom is op dit moment een utopie, terwijl er voor de komende drie jaar een heuse ‘pensioenexodus’ onder het huidige korps bedrijfsartsen wordt voorzien. Dat is slecht nieuws; bedrijfsartsen spelen immers een cruciale rol bij verzuimreductie, met groot effect op het bedrijfsleven in Nederland.

Wachttijden lopen op

Een verzuimende medewerker kost een werkgever gemiddeld 400 euro per dag. Dat bedrag bestaat niet alleen uit de loonkosten die moeten worden doorbetaald bij ziekte, maar ook uit niet gefactureerde omzet, werk dat blijft liggen, vervangers die moeten worden aangewezen, overdracht van werkzaamheden, et cetera. Daarnaast veroorzaakt het toenemende werkdruk bij collega’s en moeten bedrijven soms zelfs tijdelijk dicht. Een zieke medewerker die niet gezien wordt door de bedrijfsarts kost wekelijks dus 2.000 euro. Met 9,5 miljoen werknemers en een ziekteverzuim van 6,3 procent in het eerste kwartaal van 2022, komt dat dus neer op ruim 3 miljard euro potentiële schade. 

Marco de Zeeuw, partner bij HR Navigator, onderstreept het belang van een snelle en goede verzuimbegeleiding door de arbodienst, maar ziet dat dit steeds vaker onder druk staat door het tekort aan artsen. “Arbodiensten halen steeds minder vaak de afgesproken deadlines van het verzuimprotocol. We horen in onze dagelijkse gesprekken met zowel grote als kleine organisaties dat arbodiensten steeds terughoudender worden met concrete toezeggingen over de termijn waarbinnen een bedrijfsarts hun uitgevallen medewerkers kan zien. De grens van zes weken vanuit de Wet verbetering poortwachter wordt meestal nog wel gerespecteerd, maar die ruimte wordt in de praktijk ook steeds meer gepakt.”

Uitgevallen medewerkers worden nu vaak pas binnen 4 tot 5 weken door een bedrijfsarts gezien, waar tot voor kort 1 tot 2 weken gebruikelijk was. Juist in een tijd van grote personeelstekorten en hoge werkdruk is het belangrijk dat uitgevallen werknemers op korte termijn worden gezien. Dit geldt met name voor medewerkers die uitvallen door werkdruk of andere psychische klachten, omdat langdurig verzuim hier duidelijk dreigt. In die gevallen telt elke dag.

Meer flexibiliteit en preventie

De huidige schaarste aan bedrijfsartsen kan deels worden verlicht door meer taken neer te leggen bij praktijkondersteuners van de bedrijfsarts of taakgedelegeerde casemanagers. Die zijn bij verzuim vaak het eerste aanspreekpunt om namens de bedrijfsarts uit te vragen wat er aan de hand is. Maar ook onder deze professionals ontstaat inmiddels al een tekort. 

Omdat werkgevers toch behoefte hebben aan ondersteuning, zijn aanvullende maatregelen nodig. Zo kun je de eerste uitvraag kun (deels) digitaliseren en kun je nóg kritischer zijn of persoonlijk contact met een bedrijfsarts wel echt nodig is. Een fysiek consult kan mogelijk ook worden vervangen door een videospreekuur. Dit zou de druk al enorm verlichten.

Voorkomen van verzuim

De echte oplossing zit natuurlijk niet in de verzuimbegeleiding zelf, maar juist in het voorkomen van verzuim. Voorkomen is nu eenmaal beter (en goedkoper) dan genezen. Daarbij helpt een goede, veilige en prettige werkcultuur waarin zaken als werkdruk en thuiswerken bespreekbaar zijn. Werkgevers zouden veel zwaarder moeten inzetten op preventie en meer gaan sturen op duurzame inzetbaarheid van hun personeel. Dat kan bijvoorbeeld met vitaliteitsprogramma’s, door genoeg ontwikkelingsperspectief te bieden en te zorgen voor een goede werk-privébalans. Arbodiensten dragen hier vanuit hun rol ook aan bij door preventiegerichte diensten aan te bieden. Helaas zijn veel werkgevers daar in de praktijk nog onvoldoende mee bekend, constateert HR Navigator.
Het bericht Tekort bedrijfsartsen veroorzaakt miljardenstrop voor werkgevers verscheen eerst op MedicalFacts.nl.
Lees het originele artikel