Zorgnieuws | Actualiteiten in de zorg
x

Ublituximab: krachtige CD20-remmer die laag gedoseerd kan worden?


In een placebogecontroleerde fase II-studie heeft behandeling met ublituximab bij de meeste RMS-patiënten binnen 24 weken geresulteerd in efficiënte B-celdepletie. Ook werd een sterke vermindering van de MRI-activiteit gezien, onderdrukking van relapsen, en klinische stabilisering van de ziekte. Snelle toediening binnen 1 uur lijkt veilig.
Lees het originele artikel

x

Follow-up tot 10 jaar bevestigt veiligheid van cladribine


Een update van een geïntegreerde analyse van trialsresultaten bevestigt de veiligheid op de lange termijn van cladribine-tabletten (CT), inmiddels tot 10 jaar. De resultaten verschilden weinig van die van 2 jaar eerder; nieuwe veiligheidssignalen werden niet opgemerkt.
Lees het originele artikel

x

Goede resultaten van evobrutinib in fase II-studie


De brutontyrosinekinaseremmer (TKI) evobrutinib resulteert na 24 weken in een significante afname van het aantal Tesla 1 (T1) gadolinium-aankleurende (Gd+) laesies op MRI in vergelijking met placebo. Ook werd een numerieke en klinisch relevante afname van het jaarlijkse aantal relapsen (ARR) gezien, met aanwijzingen voor een dosis-responsrelatie.
Lees het originele artikel

x

Leptomeningeale aankleuring op MRI en kans op MS-progressie


Leptomeningeale aankleuring (LME) blijkt bij RRMS vaak te worden gezien op 7T-MRI en houdt verband met corticale pathologie. Dit zou kunnen betekenen dat LME een groep MS-patiënten kan identificeren met een verhoogde kans op progressie, aangezien corticale schade vaker optreedt bij progressieve MS.
Lees het originele artikel

x

Sterk bewijs geleverd voor cruciale rol epstein-barrvirus bij MS


In een groot cohort patiënten met een klinisch geïsoleerd syndroom (CIS) of vroege MS was iedereen seropositief voor het epstein-barrvirus (EBV). Dit resultaat versterkt het bewijs voor de zeer belangrijke rol die het EBV bij MS speelt. Het betekent ook dat artsen bij iemand met verdenking op MS maar met negatieve EBV-serologie een andere diagnose dan MS moeten overwegen.
Lees het originele artikel

x

Dimethylfumaraat in dagelijkse praktijk effectief bij vroege MS


Uitkomsten van een post-hoc-interimanalyse van de ESTEEM-studie bevestigen de effectiviteit van dimethylfumaraat (DMF) bij vroege MS in de dagelijkse klinische praktijk. Het jaarlijkse aantal relapsen (ARR) verminderde significant in vergelijking met geen behandeling en met eerdere behandeling met interferon-bèta (IFN) of glatirameeracetaat (GA).
Lees het originele artikel

x

Vroege start MS-behandeling geassocieerd met hoger inkomen


Het in een vroeg stadium van MS starten met een behandeling blijkt te zijn geassocieerd met een hoger inkomen, dus met een hogere kans om geen werk en inkomen kwijt te raken. Het aanspraak maken op sociale uitkeringen werd er evenwel niet door beïnvloed.
Lees het originele artikel

x

Opvallende observationele data over MS-behandeling in Duitsland


Gegevens van ruim 18.000 Duitse MS-patiënten laten zien dat driekwart van hen ziektemodificerende behandeling (DMT) krijgt, maar ook dat veel symptomen, zoals vermoeidheid, veelal onbehandeld blijven. Ook blijkt maar 38% van de patiënten een volledige baan te hebben. Over het geheel genomen zijn de uitkomsten wel gunstiger dan 10 jaar eerder.
Lees het originele artikel

x

Focale ontstekingsactiviteit bij vroege MS geassocieerd met cognitie


De mate van focale ontstekingsactiviteit in de hersenen bij patiënten met vroege MS is geassocieerd met het cognitief functioneren op de lange termijn. Dit blijkt uit onderzoek dat op 10 oktober tijdens het ECTRIMS-congres is gepresenteerd. Conventionele MRI zou kunnen helpen om patiënten met vroege MS te identificeren die een verhoogde kans op cognitieve achteruitgang hebben.
Lees het originele artikel

x

Switchen naar natalizumab of fingolimod vergeleken


Patiënten die een relaps krijgen tijdens een eerstelijnsbehandeling met interferon, glatirameeracetaat, dimethylfumaraat of teriflunomide (samen BRACETD genoemd), hebben betere resultaten als ze switchen naar natalizumab (NTZ) dan naar fingolimod (FTY). Switchen naar NTZ resulteerde in minder relapsen per jaar (ARR) en in meer neurologische verbetering.
Lees het originele artikel